|
Varkens worden in verschillende soorten stallen gehouden. Zo zijn er stallen met een uitloop naar buiten, stallen waar de dieren binnen vrij kunnen ‘scharrelen’ in grote groepen en stallen waar ze in kleinere groepen zijn gehuisvest. Er zijn stallen voor vleesvarkens, voor biggen en voor fokzeugen. Sommige stallen hebben bovendien een Groen Label. Deze voldoen aan de strengste milieueisen. Zo wordt de mest door een mestschuif direct afgevoerd naar de mestkelder. Daardoor kan er geen ammoniak uit de mest ontsnappen. Ook wordt de ammoniak in de lucht uit de stal gefilterd.
Beddenstal, serrestal en waterbed
Sommige varkenshouders bouwen wel heel bijzondere stallen. Een voorbeeld van zo'n bijzondere stal is de ‘beddenstal’. Dat is een stal met allerlei ruimtes ('bedden') waarin de varkens zich kunnen terugtrekken als ze willen gaan slapen. De bedden zijn van boven afgesloten met een klep zodat ze rustig kunnen liggen. Ook in zo’n stal kan stro liggen. In elk hok staat naast het bed een voerbak. Die wordt gevuld met behulp van een computer.
Een andere bijzondere stal is de serrestal. In deze stal zijn biologische varkens in een soort serre gehuisvest, onder een grote, lichtdoorlatende kap die aan twee kanten open is. Een windgordijn voorkomt dat koude, natte rukwinden in herfst en najaar vat krijgen op de dieren. De kap is voorzien van twee kunststof lagen. Eén daarvan is van lichtdempend materiaal dat de varkens moet beschermen tegen al te felle zon. De varkens liggen ‘buiten binnen’ als het ware. De serrestal - met een oppervlakte van 1.300 vierkante meter - heeft plaats voor 430 vleesvarkens. In die grote ruimte zijn door lage afscheidingen, achttien afzonderlijke afdelingen gemaakt, elk voor vierentwintig dieren. Iedere afdeling heeft aan de voorkant een aparte verblijfsruimte, een soort grote kist, waar de dieren zich kunnen terugtrekken. In elke 'afzonderingskist' ligt stro. Het deksel van de kist kan met de hand opengedraaid worden om stro bij te strooien. Mesten doen de varkens op een afzonderlijke mestplaats in de loopruimte.
Sommige varkenshouders houden hun jonge biggen op een waterbed. Op een waterbed is het altijd behaaglijk warm. Dat is precies wat de jonge biggen nodig hebben. Het waterbed in de stal is nog een experiment.
Stro in de stal
De varkens kunnen zich in het stro lekker nestelen en er in wroeten en spelen. Stro in het hok leggen is zwaar en stoffig werk. Ook het uitmesten van de stal is zwaar. Stro is bovendien duur. Per zeug per jaar bijvoorbeeld heeft een varkenshouder zo'n vier- of vijfhonderd kilo stro nodig. De moderne stallen worden daarom zo ingericht dat het stro de varkenshouder niet al te veel extra tijd en werk kost.
Niet alle varkenshouders houden hun dieren op stro. Sommige varkenshouders vinden het praktischer en hygiënischer om hun dieren te houden in een hok met een gedeelte roostervloer en een gedeelte dichte vloer. Op de roostervloer kunnen de varkens poepen, de mest verdwijnt door de roosters, waardoor de stal schoner blijft. De dichte vloer kan met een rubber mat bedekt zijn of vloerverwarming hebben. Dit gedeelte van het hok blijft schoon en warm, zodat de varkens daar kunnen liggen en slapen.
|